De Lübeckerbocht, wanneer schijnt licht over de Belgische slachtoffers? – Update 03/05/2016

Jan Hertogen
, 2 mei 2016, (20blz, waarvan 17 voetnoten met lijsten en bijlagen)

Op 30 april 1945 vertrok uit Neustadt in de Lübeckerbocht Lübeck de Magdalena naar Trelleborg samen met de Lillie-Mathiesen, twee schepen die pas een vracht pakketjes van het Rode Kruis op Duitse bodem hebben gelost. De trossen van de Magdalena waren al losgegooid toen enkele witte vrachtwagens tientallen ondervoede en zieke gevangen nog vlug de boot op konden brengen. Zij waren diezelfde dag nog op enkele tientallen km het binnenland in, opgepikt in een schuur in Süsel, zoals in het boek De Lübeckerbocht, Boom 2011, uitgegeven door de Vriendenkring van Neuengamme Nederland staat. In Süsel zou het gegaan zijn om een aantal zieke gevangenen die van de Cap Arcona werden afgehaald en dus later door het Rode Kruis in  een schuur in Süsel werden opgepikt. Of deze vrachtwagens in dezelfde rit ook Sarau aandeden of dat het een ander konvooi betreft is onduidelijk.

Dan waren er, volgens voormeld boek, al een goed aantal Nederlanders aan boord van de Magdalena gegaan/ In totaal zouden 105 naar Zweden varen, waarvan er 3 onderweg zouden overlijden. De andere 102 zouden vanuit Zweden naar Nederland terugkeren (of in Zweden, of een ander land blijven). Op dezelfde Magdalena waren toen ook al minstens 4 Belgen aan boord die van de Thielbek kwamen, die in de Lübeckerbocht gemeerd was, niet ver van de Cap Arcona. Op de Thielbek bleven ongeveer 2.800 gevangenen achter volgens het verslag van Alfred Van Nerum, zoals verschenen in het tijdschrift van de Vriendenkring van Neuengamme en opgenomen in het boek,
Ik was 20 in 1940, Raymond van Pée, EPO, 1995. Van Nerum spreekt over een selectie van 60 Westerse gevangen, Polen en Russen mochten niet mee, waarvan er uiteindelijk 38 werden weerhouden. Zij moesten aan een tafeltje hun naam, geboortedatum en woonplaats opgeven aan een mevrouw die namens het Rode Kruis de administratie waarnam. Zij konden hun oren niet geloven, ze hadden opnieuw een naam.

Hoeveel Belgische gevangenen en van de Thielbek kwamen of op de valreep nog met de Magdalena meegingen is onduidelijk. Uit het Herdenkingsboek van Breendonk is af te leiden dat op 30/04/1945, de dag van het vertrek van de Magdalena, er 26 waren die onder ‘evacuation’ vermeld staan en die allen op 08/08/1944 uit Breendonk gedeporteerd werden (1). Bij ‘evacuation’ kan het zowel gaan over overleden is als over wie overleefd heft. In dit geval heeft iedereen overleefd, op één vermelding na, overleden in Trelleborg.

De Vriendenkring van Neuengamme heeft voor de 2.200 Nederlandse politieke gevangenen nauwgezet nagegaan wat hun lot geweest is. Zo hebben zij de 562 Nederlanders in beeld kunnen brengen wiens (nood)lot hen in de Lübeckerbocht gebracht heeft. 378 van hen hebben er de dood gevonden, 184 zijn teruggekeerd. Voor elke gevangene is een korte biografie opgemaakt en de lijdensweg die ze gegaan hebben. Ook wordt aangegeven wie al voor 3 mei 1945, dag van het bombardement van de Cap Arcona en de Thielbek, gestorven was en wie in het bombardement is gebleven, verdronken, onder Duitse kogels is gevallen of aan onderkoming of ziekte in die dagen is overleden. Daarnaast zijn er dus de 105 Nederlanders die in de Magdalena zijn kunnen ontkomen en die allicht van de Thielbek zijn overgedragen aan het Rode Kruis, zoals ook voor Alfred Van Nerem en minstens drie van z’n medegevangenen het geval geweest is.

In Neuengamme hebben tussen 1938 en 1945 4.800 Belgen gevangen gezeten. Een goed aantal van hen zijn alleszins mee in dodenmarsen in de Lübeckerbocht gestrand.

In het vermelde boek van Van Pée staat een lijst, opgemaakt door Victor Malbecq, van Belgen die ook in de Lübeckerbocht zijn beland ‘uit andere kampen’. Wat hun concrete lot geweest is, of er nog anderen waren is allicht (nog) niet onderzocht (2).
    
Een verdere informatie is ook te vinden in het Herdenkingsboek Breendonk, waarbij onder ‘evacuation’ de gevangen vermeld staan die in Breendonk gevangen zaten en op 03/05/1945 in de ‘Lübecker Bücht’ hetzij de dood vonden of overleefd hebben (3). Voor de meeste betreft het een overlijden, allicht als gevolg van het bombardement van de Cap Arcona en de Thielbek. Dezelfde dag nog werd de Lübeckerbocht bevrijd door de Engelsen, die vanuit hun tanks op de heuvels rond de bocht het bombardement hebben kunnen volgen; De rode Kruisafgevaardigde in Lübeck heeft tevergeefs tot drie maal toe Engelse officieren verwittigd dat de boten vol gevangenen zaten. Het Engelse militair bevel heeft nog altijd geen toelating gegeven om alle documenten vrij te geven zo luidt de bittere conclusie van de Vriendenkring Neuengamme in Nederland.
De reden van de aanval is nooit opgehelderd; de Britse regering houdt de archiefstukken over de zaak gesloten tot 2045, zo staat op Wikipedia te lezen.

In het gedenkboek van Breendonk staan ook nog heel wat politieke gevangen vermeld met als eindplaats ‘Evacuatie” en als ‘einddatum’ 30/5/1945. Hier kunnen ook een aantal gevangen bijzijn die in de Lübecker Bücht het einde van de oorlog beleefden of er de dood vonden. Voor de volledigheid voegen we ook deze lijst toe (4).

In het boek van de Vriendenkring van Neuengamme Nederland wordt in hoofdstuk 10 (blz 196-214) Gered in Zweden nauwgezet verslag gedaan van de ‘onderhandelingen’ en de voorgeschiedenis waarbij de Magdalena uiteindelijk is weggevaren naar Trelleborg. In voetnoot (5) wordt het betreffende deel volledig weergegeven. We nemen hier het stuk over waarvan sprake is van een schuur in Süsel, maar dat zouden gevangen zijn die van de Cap Arcona afgehaald zijn en dus andere dan die vanuit de schuur in Sarau naar de Magdalena gevoerd worden. Over deze gevangenen uit de schuur van Sarau is geen sprake in het Nederlandse onderzoek.


Hans Arnoldsson25 verklaart dat hij als vertegenwoordiger van het Zweedse Rode Kruis op 29 april een anonieme brief krijgt over mensen op de Athen die in onbe­schrijflijke omstandigheden verkeren. Is hier mogelijk een verband met wat Dorotic schrijft over contacten via een krijgsgevangenenkamp met het Internationale Rode Kruis ? Vermoedelijk wel. In elk geval zal Arnoldsson in plaats van de Athen de Thielbek of de Otterbek bedoelen. Hij biedt de Duitse autoriteiten aan om 250 Fransen, Belgen en Nederlanders mee naar Zweden te nemen op de Lillie-Matthiessen en de Magdalena. Deze vrachtschepen hebben een lading pakketten gebracht en zijn toch beschikbaar. Op 30 april zal het transport plaatsvinden. Om 10.00 uur is hij met voertuigen op de kade. De gevangenen staan er al. Ernstig en zwijgend. Ze moeten nog twee uur wachten voordat de gevangenen geschikte kleding krijgen.

De verantwoordelijke commandant aan boord, een ss-Hauptsturmführer, stelt voor alle gevangenen naar Zweden te evacueren, maar hiervoor ontbreekt de capaciteit. Arnoldsson haalt 300 ernstig zieke gevangenen die van de Cap Arcona gehaald zijn, uit een schuur in Süsel. Ze worden met vijf auto's opgehaald. Hun toestand is uiterst slecht. Omdat er meer gevangenen mee willen die er ook be­roerd aan toe zijn, ontstaat er een grote wanorde. Op het laatste moment bereikt dit transport de Magdalena. De trossen zijn al losgegooid.”


In het Nederlandse boek staan ook twee uitgebreide en in het Nederlands vertaalde artikels uit de Trelleborgs Allehanda van 3 mei 1945. Hier wordt volgende opsomming gegeven van de passagiers van de twee schepen:


“De 820 bevrijden: circa 250 Polen, 200 Belgen, 200 Fransen, 150 Nederlanders, 10 halfjoodse vrouwen uit Duitsland, 10 Zwitsers, zeven Denen en twee staatlozen, vier Noren, twee Rus­sen en een Engelsman, een Canadees, een Fin, een Roemeen, een Tsjech, een Noord-Amerikaan, een Spanjaard en een Luxemburger”

Van deze 200 Belgen bestaan zeker registratielijsten in Zweden. Zijn deze ooit opgevraagd of nagekeken zoals de vriendenkring Neuengamme Nederland gedaan heeft?

In het Nederlandse onderzoek is ook sprake van de Homburg, een boot die op 11 mei aanmeert in Zweden.

“Het Internationale Rode Kruis vulde het stoomschip Homberg van de Duisburg-Ruhrort-Maatschappij met een la­ding menselijke wrakken uit Flensburg.

 

Aan boord waren ongeveer 1900 burgergevangenen van wie 1400 om politieke rede­nen gevangengezet waren. Het waren vooral Russen, ongeveer 400 mannen, en Polen, onder wie ook veel vrouwen. Maar daarnaast was het in slechte conditie verkerende Duitse schip echt een Toren van Babel. Er waren bijna 200 Fransen aan boord en ook een groot aantal Belgen en Nederlanders. Er waren ook, maar minder, Spanjaarden, Italianen, Tsjechen, Grieken en Noren, zodat de meeste Europese landen en zelfs de VS vertegenwoordigd waren.

 

Het was een Duitse boot met bewapende SS'ers als bewakers. Die moesten bij aan­komst hun wapens afgeven”

Is er ooit nagegaan over welke Belgen het hier ging. Ook hier moeten registratielijsten van bestaan. De onderzoekers besluiten:

“Het genoemde aantal van ongeveer 2000 of 1900 gevangenen aan boord van de Homberg klopt niet helemaal. In werkelijkheid zijn het op grond van de beschik­bare namenlijsten 160 Fransen, 9 Italianen, 3 Spanjaarden, 2 Grieken, 1 Hongaar, 1 Amerikaan, 6 Finnen, 28 Nederlanders, 9 Belgen, 23 Joegoslaviërs, 11 Litouwers, 33 Letten, 13 Estlanders, 39 Tsjechen en Slowaken, 426 Russen, 574 Polen, 9 Noren (voornamelijk politieagenten die klaarblijkelijk de witte bussen hadden gemist) en 6 'staatloze Duitsers' en 1 'staatloze jood' In totaal dus 1354.36 Zij zijn afkomstig van de Jastramfabriek in Neuengamme, de Olga Siemers (zie p. 71), de West-Preussen en de Rheinfels (de eerste drie groepen mogelijk ook via een verblijf op het laatste schip).”


Ook hier de vraag naar de 9 Belgen die in Malmö toegekomen zijn op 11 mei 1945.

Slotoverwegingen

Is het geen mogelijkheid voor de Vriendenkringen van Neuengamme (slachtoffers op de Thielbek en Cap Arcona) en Dora-Blankenburg (met de miraculeuze redding langs de Magdalena) om de handen in elkaar te slaan voor een verder onderzoek naar het lot van de Belgen in de Lübeckerbocht en voor een aantal naar de overtocht naar Zweden?

En wanneer zal ook het licht schijnen over de Belgische slachtoffers in de Boelcke-kazerne (Nordhausen). Voortgaande op het Gedenkboek Breendonk kan ook hier een afgeleide lijst opgemaakt worden van wie tussen 3 en 11/04/1945 in Nordhausen z’n ‘einddatum’ kende (6). Voor wie dat op 3 en 4/04/1945 was betekent dit allicht het overlijden, op 11/04/1945 de bevrijding.

Of is het feit dat in de Lübecker Bocht de bombardementen door de Engelsen en op de Boelcke kazerne door de Amerikanen gebeurden altijd een hinder geweest om het lot van de politieke gevangen op deze plaatsen recht te doen met een doorgedreven historisch onderzoek. En is het niet mede door historisch onderzoek dat op termijn de herinnering aan de misdaden van het nationaalsocialisme, de bestrijding ervan, en het leed van de slachtoffers, hun families en de gemeenschap recht zal kunnen gedaan worden.

De Vriendenkring van Dora-Mittelbau kan zich eventueel aansluiten bij een mogelijk initiatief van Neuengamme en Dora-Blankenburg om hier verder onderzoek naar te doen. De Vriendenkring Neuengamme Nederland heeft in feite, wat de Lübeckerbocht betreft 3/4 van het onderzoekswerk reeds geleverd. En misschien kan nagegaan worden wat de mogelijkheden zijn van Europese financiering: maximaal 100.000€ per project, in te dienen voor maart 2017.

Jan Hertogen, socioloog
www.getuigen.be
0487 335 552
jan@hertogen.be


 

Voetnoten
_______________________________________________________________________

(1) Afgeleide lijst ‘Evacuatie’ op 30/04/1945 en gedeporteerd uit Breendonk op 08/08/944 – Update 03/05/2016

Naam

1 name

° date

From

Breend. out

Vermoedelijk

End date

Antoine

Jules Augustin

15/11/1888

Houdeng-Aim.

06/05/1944

Magdalena

30/04/1945

Bergs

Hendrik Arnold

30/03/1894

Overpelt

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

Boeckmans

Ludivicus Josephus

20/06/1923

Vorst-Kempen

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

Boeckmans

Josephus Benedictus

12/03/1921

Tessenderlo

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

Boschmans

Jozef Maria Jaak

25/10/1920

Antwerpen

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

Claes

Ferdinand Joannes

25/04/1915

Heers

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

Croonenborghs

Clement Franciscus

08/05/1915

Oostham

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

Daems

Jan Karel Marcel

04/10/1924

Vorst-Kempen

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

De Bruyne

Maurice Frangois

27/04/1903

Vorst-Kempen

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

Deckx

Jan Baptist

21/07/1896

Sint-Huibr.-Lille

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

Dekeyser

Philippe Frans

28/02/1903

Jette

22/09/1941

Magdalena

30/04/1945

Exelmans

Joseph Noël Francois

25/12/1919

Vorst-Kempen

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

Grossar

Emiel Francois

08/09/1918

Heers

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

Helsen

Petrus

08/01/1896

Vorst-Kempen

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

Héraly

René Pierre Joseph

01/11/1910

Maransart

10/06/1944

Magdalena

30/04/1945

Heselmans

Leon Benedikt

07/10/1927

Vorst-Kempen

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

Hurkens

Hendrikus Johannes

26/01/1908

Meeswijk

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

Ickmans

Joseph

22/11/1892

Oostham

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

Jacquemin

Frans Emile

28/03/1897

Vorst-Kempen

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

Kusmierski

Josek (Joseph)

12/06/1899

-

10/08/1943

Magdalena

30/04/1945

Reynders

Franciscus Xaverius

04/12/1886

Tessenderlo

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

Reynders

Josephus Benedictus

30/03/1914

Meerhout-Gest.

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

Schraepen

Willy Johannes Julius

26/10/1916

Kwaadmechelen

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

Severens

Pieter Jan Michiel

28/06/1902

Overpelt

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

Smids

Peter

18/04/1917

Eksel

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

Snoekx

Hendrik Lambert

26/07/1916

Overpelt

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

Vanuytvange

Jacob Auguste

30/08/1920

Kaulille

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

Vermeulen

Petrus Ludovicus

16/11/1918

Oostham

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

Willems

Gérard Joseph

09/08/1907

Sint-Truiden

20/08/1943

Magdalena

30/04/1945-01/05/1945

Zeis

Franciscus Josephus

03/10/1912

Peer

08/08/1944

Magdalena

30/04/1945

(2) Lijst Malbeck Lübeckerbocht die van andere kampen kwamen. Vraag is van welke kampen en ook, welke gevangen kwamen van Neuengamme, zijn die mee opgenomen? Zie Ik was 20 in 1940, Raymond van Pée, EPO, 1995 op getuigen.be. 
 

Naam en voornaam

° Datum

° Plaats

+ datum

Bastine Desire

21/01/1914

Schaarbeek

-

Beauprez Pierre

22/09/1907

Oostende

-

Billiet Valère

14/02/1903

Gent

3/05/1945

Blieck René

1/05/1910

Schaarbeek

3/05/1945

Bloemperk Leon

19/06/1924

Kessel-Lo

-

Boeur Honoré

05/12/1893

Ortho

3/05/1945

Boone Léopold

27/09/1927

Gent

3/05/1945

Boone Louis

3/07/1919

Gent

3/05/1945

Bouclan Robert

9/09/1919

Bois-et-Borsu

3/05/1945

Brunfaut Edmond

29/11/1919

Ath

3/05/1945

Cabuy Albert

21/08/1894

Mechelen

21/06/1945

Ceuppens Louis

28/11/1919

Auderghem

3/05/1945

Clovin Joseph

8/04/1907

Antwerpen

3/05/1945

Coeckelberghs Frans

12/10/1910

Meensel-Kiezegem

28/04/1945

Colemons Germain

6/04/1907

Antwerpen

3/05/1945

Colyn Prosper

24/04/1922

Gent

-

Comeyne Marcel

12/06/1920

Moeskroen

-

Comhaire Jean

23/08/1924

Ledeberg

3/05/1945

Compagnie Edmond

16/04/1920

Gent

3/05/1945

Cornelissen Edmond

18/02/1924

Antwerpen

-

Creuven Dieudonné

22/06/1905

Dison

30/04/1945

Creyf Maurice

4/01/1905

Brugge

3/05/1945

De Belie Remie

11/11/1895

Aalst

?-05-45

De Bock Albert

30/01/1912

Dottignies

3/05/1945

De Jasse Alexis

4/06/1910

La Hulpe

-

De Keghel Frans

3/02/1910

Ermelo (nl)

-

De Meyere Robert

3/03/1907

Brussel

3/05/1945

De Paepe René

16/01/1903

La Louvière

30/04/1945

De Paepe Victor

6/07/1902

Gent

1/05/1945

De Roeck André

23/10/1926

Zottegem

3/05/1945

De Ryck Eugène

26/12/1919

Meise

?-45

De Smet Jozef

28/05/1925

Aalst

?-05-45

De Wachter Maurice

10/02/1905

Brugge

-

Declercq Edmond

16/01/1919

Moeskroen

3/05/1945

Declercq Noël

26/12/1912

Moeskroen

3/05/1945

Decourt Charles

9/11/1902

Heldergem

-

Decremer Elie

01/06/1896

-

3/05/1945

Dermine Jean

27/02/1920

Namen

?-04-45

Dillen Paulus

29/07/1905

Antwerpen

3/05/1945

Dormal Emilio

15/09/1907

Alexandrië (i)

-

Dubois François

11/07/1919

Brussel

-

Ducolombier Fernand

-

-

?-05-45

Ducoront Armand

1/03/1905

Wasmes

3/05/1945

Dupont Albert

?/07/1902

Luik

3/05/1945

Everaert Jan

26/03/1920

Oostende

-

Fequenne Adolphe

26/01/1898

Buissonville

3/05/1945

Feurn Eugène

21/03/1925

Satilon

3/05/1945

Fievez Philippe

5/12/1904

Brussel

3/05/1945

Fraiture Victor

16/06/1906

Hamoir

3/05/1945

Franken Hubert

24/11/1919

Kinrooi

-

Gebug Henri

21/08/1884

-

21/05/1945

Gendarme Paul

8/06/1924

Montegnée

4/05/1945

Gerard Marcel

26/04/1921

Orgeo

3/05/1945

Gilsoul Jules

9/08/1909

Hoei

-

Gordinne Joseph

25/11/1904

Brussel

-

Haegeman Camille

20/11/1904

Gent

2/05/1945

Haesendonckx Frans

15/02/1901

Machelen

3/05/1945

Hauman Philémon

20/10/1917

Temse

3/05/1945

Hauters Joseph

30/06/1924

-

3/05/1945

Haveaux Maurice

13/11/1903

Obaix

3/05/1945

Haveaux Max

16/06/1906

Trazegnies

3/05/1945

Hermans Guillaume

26/08/1918

Hasselt

3/05/1945

Heyninck Jean

8/01/1904

Antwerpen

3/05/1945

Huguenay César

2/09/1922

Antwerpen

3/05/1945

Indegracht André

22/10/1903

Mechelen

1/05/1945

Ingenbleek François

27/09/1907

Hasselt

3/05/1945

Ismailow Jean

2/02/1924

Skopje (yug)

3/05/1945

Jaskold-Gabskewicz

 

 

 

Wladislaw

14/05/1904

Warschau (pl)

3/05/1945

Joye Edward

24/04/1903

Charleroi

-

Kinet Ely

09/02/1899

Amay

-

Knoeckaert Fernand

6/07/1910

Pottes

?-45

Koch Jean

30/04/1912

-

-

Kok Willem

3/09/1905

-

5/05/1945

Kubik Henri

9/06/1904

-

-

Lacroix Léopold

1/06/1907

Ans

5/05/1945

Lambert Gilles

29/01/1925

Herstal

-

Lampert Victor

11/07/1912

Seraing

?-04-45

Landeloos André

7/07/1921

Leuven

-

Lecomte Ernest

27/04/1907

Quaregnon

3/05/1945

Leyniers Marc

27/04/1887

Vorst

3/05/1945

Likfenneke Joseph

25/07/1920

-

3/05/1945

Loveniers Emile

12/09/1903

Bornem

3/05/1945

Mahieu Robert

3/05/1920

Braine-le-Comte

3/05/1945

Malchaire Julien

23/02/1923

-

5/05/1945

Malengreaux Virgile

30/07/1909

Wasmes

?-04-45

Malitz Janek

25/07/1920

-

7/05/1945

Mandiaux René

17/05/1913

Leval-Trahegnies

3/05/1945

Manderycxs André

27/07/1915

Gent

3/05/1945

Meert Victor

4/06/1908

Jette

-

Mees Gustaaf

17/12/1921

Gent

-

Meunier François

31/12/1920

-

3/05/1945

Meys Augustin

25/02/1911

Berg

15/05/1945

Paeps Victor

8/12/1909

Berg

-

Pahaut Joseph

03/07/1894

Marchin

3/05/1945

Peeters Patatje

17/09/1920

Brussel

-

Pintens Edward

9/06/1923

Hoboken

3/05/1945

Pitz Johan

16/08/1905

Raeren

3/05/1945

Polk Louis

28/10/1902

Antwerpen

3/05/1945

Poncelet Albert

18/04/1917

Buissonville

-

Poortmans Emilius

28/09/1912

Geetbets

5/05/1945

Raes Julien

19/04/1919

-

-

Renard Alex

15/12/1894

Boussu

-

Risse Antoine

11/09/1912

Lessines

-

Robert Pierre

9/07/1924

Aken (d)

-

Smet Pierre

13/12/1898

Antwerpen

3/05/1945

Smets Frans

4/04/1905

Mechelen

3/05/1945

Smits Jan

27/07/1891

Hoboken

1/05/1945

Stevenne Alfred

14/04/1896

Auvelais

12/04/1945

Thomas André

27/08/1897

-

-

Toté Leon

23/02/1912

Zwijndrecht

-

Toulmonde Edouard

08/01/1899

St.-Léger

?-04-45

Triffet Jules

7/12/1916

Mons

-

Van Assche René

2/03/1921

Moeskroen

3/05/1945

Van Avondt Jan

23/06/1917

Werchter

3/05/1945

Van den Ackerveken

 

 

 

Cornelis

28/07/1912

Merksplas

3/05/1945

Vanderest Eugène

1/01/1908

Brussel

3/05/1945

Van der Zwalmen Jules

29/02/1904

Beveren-Waas

1/05/1945

Van de Velde Leonard

4/04/1924

Gent

-

Vandeweghe Eugène

20/09/1904

Gent

3/05/1945

Van Geel Charles

22/12/1908

Auvelais

-

Van Goidsenhoven Alphonse

14/02/1924

Meensel-Kiezegem

31-04-45

Van Nerom Gustaaf

29/01/1904

Halle

-

Van Nerom Napoleon

23/09/1906

Halle

-

Van Nerum Albert

12/06/1921

Antwerpen

-

Van Mierde Leopold

18/08/1896

Gent

3/05/1945

Van Zuyt Leon

1/09/1908

Oostende

-

Verbrugghe Adolphe

4/10/1915

Luik

?-05-45

Vercauteren Marcel

17/12/1901

Gent

3/05/1945

Vergaerde Charles

20/07/1909

Gentbrugge

3/05/1945

Verhelst Louis

27/05/1908

Guecho (e)

-

Verheyden Isidoor

16/02/1922

Mechelen

-

Verhue Julien

24/01/1926

Moeskroen

3/05/1945

Vervalcke Jacques

7/03/1919

Antwerpen

-

Watelet Marcel

29/03/1904

Fontenoille

3/05/1945

Waveryns Pierre

-

Dilbeek

?-05-45

Wiertz Raymond

22/06/1916

Luik

-

 (3) Lijst ‘Lübecker Bücht en gedeporteerd uit Breendonk

Naam

1 name

° date

° place

Breend.out

Place end - full

End date

Filippini

Angelo Louis

21/09/1926

Longwy-Haut

30/08/1944

Lübecker Bucht

4/05/1945

De Graef

Maurice Corneille

4/01/1906

Laeken

29/06/1941

Lübecker Bucht

3/05/1945

Ausseloos

Joannes Emilius

13/08/1909

Kerkom

29/02/1944

Lübecker Bucht

03/05/1945

Blieck

René Alphonse

01/05/1910

Schaerbeek

22/09/1941

Lübecker Bucht

03/05/1945

Bonneux

Albert

04/08/1906

Hasselt

30/08/1944

Lübecker Bucht

03/05/1945

Brunfaut

Edmond Lucien

29/11/1919

Ath

22/09/1941

Lübecker Bucht

03/05/1945

Chrétien

Daniel René

18/09/1923

Braine-lCha.

30/08/1944

Lübecker Bucht

03/05/1945

Daussogne

Richard

11/08/1896

Marcinelle

09/02/1944

Lübecker Bucht

03/05/1945

Engelen

Jean

08/03/1920

Bruxelles

30/08/1944

Lübecker Bucht

03/05/1945

Haesendonckx

Frans Maria Vict.

15/02/1901

Mechelen

22/09/1941

Lübecker Bucht

03/05/1945

Hermans

GuillaumeAlbert

26/08/1918

Hasselt

30/08/1944

Lübecker Bucht

03/05/1945

Indegracht

Andreas Hendrik

22/10/1903

Mechelen

22/09/1941

Lübecker Bucht

03/05/1945

Janssens

Leo Jacobus

16/11/1894

Gent

30/08/1944

Lübecker Bucht

03/05/1945

Jeuniaux

Camille Jacques

11/02/1901

Chatelineau

20/06/1943

Lübecker Bucht

03/05/1945

Malchair

Julien Emile

23/02/1923

Liège

09/02/1944

Lübecker Bucht

03/05/1945

Pintens

Eduard Delphina

09/06/1923

Hoboken

30/08/1944

Lübecker Bucht

03/05/1945

Polk

Louis

28/10/1902

Antwerpen

22/09/1941

Lübecker Bucht

03/05/1945

Poortmans

Emilius

28/09/1912

Geetbets

30/08/1944

Lübecker Bucht

03/05/1945

Quintelier

Désiré René

12/06/1895

Hamme

30/09/1943

Lübecker Bucht

03/05/1945

Raedemaekers

Pierre Leopold

27/01/1921

Etterbeek

30/08/1944

Lübecker Bucht

03/05/1945

Smets

Frans Corneel

04/04/1905

Mechelen

22/09/1941

Lübecker Bucht

03/05/1945

Smits

Jan Frans

27/07/1891

Hoboken

30/08/1944

Lübecker Bucht

03/05/1945

Van Avondt

Jan Baptiste

23/06/1917

Werchter

29/02/1944

Lübecker Bucht

03/05/1945

Van der Zwalmen

Julius René Fr.

29/02/1904

Beveren

30/08/1944

Lübecker Bucht

03/05/1945

 

(4) Afgeleide lijst ‘Evacuatie’, andere dan Lübecker Bücht op 03/05/1945 en gedeporteerd uit Breendonk
  

Naam

1 name

° date

From

Breend.out

Detail

End date

Aerts

Eduardus

20/10/1913

Herent

06/05/1944

Andere

03/05/1945

Bastiné

Désiré Maximilien

21/01/1914

Hasselt

30/08/1944

Andere

03/05/1945

Beeckman

Hector Gustaaf

08/08/1910

Pellenberg

06/05/1944

Andere

03/05/1945

Beerens

Jules Franpois

25/09/1920

Schaerbeek

24/08/1943

Andere

03/05/1945

Boisseau

Jules Alfred

06/02/1908

Arquennes

30/08/1944

Andere

03/05/1945

Bosmans

Alfons

02/07/1912

Antwerpen

12/02/1944

Andere

03/05/1945

Bossuyt

Joannes

17/09/1923

Schelle

27/10/1941

Andere

03/05/1945

Buch

Henri

01/07/1910

Uccle

30/08/1944

Andere

03/05/1945

Burniat

EmileHector Antoine

31/10/1904

Schaerbeek

09/09/1943

Andere

03/05/1945

Caubergs

Emile Joseph

23/04/1910

Zelem

08/08/1944

Andere

03/05/1945

De Belva

Jaak Maria Alexander

05/12/1922

Antwerpen

28/06/1943

Andere

03/05/1945

De Roover

Ferdinand Albert

09/11/1925

Herent

-

Andere

03/05/1945

De Soete

Robert Charles André

21/07/1917

Molenbeek

09/02/1944

Andere

03/05/1945

Devogeleer

Henri Camille

13/04/1925

Saintes

30/08/1944

Andere

03/05/1945

Dormal

Emilio Filippo Teresio

15/09/1907

Tienen

30/08/1944

Andere

03/05/1945

Errens

Karel Jozef Cornelis

21/03/1924

Kessel-Lo

29/02/1944

Andere

03/05/1945

Everaert

Joannes Ludovica Andreas

26/03/1920

Gent

22/09/1941

Andere

03/05/1945

Finoulst

Robert

26/12/1913

Tienen

06/05/1944

Andere

03/05/1945

Franken

Hubertus Joannes

24/11/1919

Kinrooi

30/08/1944

Andere

03/05/1945

Franklemon

Jean Pierre Charles

10/09/1917

Berch.-St-Ag.

11/03/1944

Andere

03/05/1945

Ghem

Albert Armand Joseph

26/01/1916

Br.-le-Comte

30/08/1944

Andere

03/05/1945

Giersch

Willi Alfred Erich

14/07/1901

Anderlecht

02/1941

Andere

03/05/1945

Gillis

Gaston Benoit Clement

26/11/1911

Ixelles

16/06/1943

Andere

03/05/1945

Hermans

Franciscus Albertus

26/06/1918

Brasschaat

27/10/1943

Andere

03/05/1945

Joye

Edouard

24/04/1903

Ixelles

22/09/1941

Andere

03/05/1945

Joye

Pierre Alfred

25/01/1909

Ixelles

02/1944

Andere

03/05/1945

Mafrans

Guillaume Jean Frangois

14/01/1909

Leuven

29/02/1944

Andere

03/05/1945

Mathys

Albert Guillaume

11/06/1919

Hasselt

30/08/1944

Andere

03/05/1945

Neuhard

Léon Joseph Marie

22/12/1910

Tildonk

29/02/1944

Andere

03/05/1945

Palier

Julius

05/12/1895

Antwerpen

30/08/1944

Andere

03/05/1945

Pieters

Justin Maria Joseph

14/12/1922

Genk

30/08/1944

Andere

03/05/1945

Pieters

Maurice Hendrik Leopold

19/07/1921

Genk

30/08/1944

Andere

03/05/1945

Relecom

Xavier Gustave Emile

06/06/1900

Bruxelles

12/02/1944

Andere

03/05/1945

Renard

Alexandre

15/12/1894

Boussu

09/02/1944

Andere

03/05/1945

Silimonka

Ladislaw (Louis)

27/11/1905

Houdeng-Goeg

06/05/1944

Andere

03/05/1945

Stenacker

Christoffel

12/03/1888

Roeselare

30/11/1941

Andere

03/05/1945

Timmermans

Theophile

05/04/1913

Hasselt

30/08/1944

Andere

03/05/1945

Van Gaal

Pieter Frans Sylvain

11/04/1909

Peer

30/08/1944

Andere

03/05/1945

Vandenbempt

Victor Louis

08/01/1919

Boutersem

29/02/1944

Andere

03/05/1945

Vandenput

Petrus Paulus

16/07/1923

Roosbeek

29/02/1944

Andere

03/05/1945

Vantuykom

Jean Albert

24/07/1905

Wol.-St-Pierre

06/05/1944

Andere

03/05/1945

Verdeyen

Jacques Frangois

12/06/1895

Leuven

29/02/1944

Andere

03/05/1945

Verheyen

Lodewijk Constant

10/07/1915

Antwerpen

10/06/1944

Andere

03/05/1945

Walraevens

Etienne Jean Baptiste

30/12/1905

Forest

21/05/1943

Andere

03/05/1945



(5) De Ramp in de Lübeckerbocht, Nederlanders bij het einde van Neuengamme, S.P. Geertsema, Boom, 2011., Stichting Vriendenkring Neuengamme. Nederland. Hieronder het integrale Hoofdstuk 10, Gered in Zweden, blz 196-214.

 



10. Gered in Zweden (Voetnoten onderaan de tekst)

In dit hoofdstuk komen gevangenen aan het woord die in Zweden terecht zijn ge­komen. Behalve de Noren en Denen die dankzij een akkoord tussen Bernadotte en Himmler via Denemarken naar Zweden zijn geëvacueerd, zijn er ook gevange­nen van andere nationaliteiten in Zweden terechtgekomen en aldus bevrijd. Voor de Nederlanders gaat het om het Diamanttransport, het Philips-Kommando, ge­vangenen van onder meer de Thielbek die op 30 april met de Magdalena naar Trelleborg worden gebracht (zie p. 23 en 199) en gevangenen die op 11 mei met de Homberg vanuit Flensburg in Malmö aankomen (zie p. 93 en 208). De laatsten zijn afkomstig van de laatste transporten uit Neuengamme die door de oorlogs­omstandigheden Lübeck niet meer kunnen bereiken. Ook naderhand is er in 1945 nog een aantal ex-gevangenen ter revalidatie naar Zweden gebracht.1 Volgens Hans Arnoldsson2 worden er van 23 juni tot 25 juli 9.273 mensen naar Zweden gebracht, onder wie achttien Nederlanders. Omdat we over deze Nederlanders geen gegevens hebben, wordt deze stroom hier verder niet besproken….

DE LILLIE-MATTHIESSEN EN MAGDALENA

Van buitenlanders kennen we nauwelijks verhalen over het transport met deze Zweedse schepen naar Trelleborg. De Belg Albert van Nerum is erbij. Zijn verhaal is te vinden in het boek van Van Pée.12 De Nederlandse verhalen worden verteld door Martinus van Ommeren uit Ermelo, Hendrikus van den Berg en Jannes Priem uit Putten, Wim Kraijenhoffvan de Leur uit Dordrecht en Pieter Sijtema uit Warga.


Het zusterschip van de Magadalena, de Lille-Matthiessen op 5 april 1945
in Göteborg, klaar om naar Lübeck te vertrekken. Het Zweedse Rode Kruis

Martinus van Ommeren (zie p. 60 e.v.) en Hendrikus van den Berg" zijn ziek bij de ontruiming van Neuengamme. De zieke gevangenen komen op één schip terecht. Volgens Van Ommeren vermoedelijk de Athen, volgens Van den Berg de Thielbek. Pieter Sijtema14 komt bij de ontruiming van Neuengamme eerst op de Elmenhorst en vervolgens op de Thielbek terecht. Ook de Belg Albert van Nerum wordt op dit schip geplaatst.

Op 29 april moeten de Fransen, Belgen, Engelsen en Nederlanders aan dek komen en zich melden. Hun wordt één scheermesje per tien man uitgereikt. De volgende morgen moeten ze zich scheren en wassen. Sommigen weigeren dit omdat ze het niet vertrouwen, maar ze worden door SS ers gedwongen. Jonge vrouwelijke SS'ers noteren hun naam, geboortedatum en nationaliteit. Daarna moeten ze van boord. Ze worden ontsmet in een ontluizingsgebouw en krijgen andere kleren. Na urenlang wachten worden ze gedeeltelijk lopend en gedeeltelijk met auto's op de Magdalena gebracht.

Op 2 mei komen ze in Trelleborg aan. Op deze manier worden 400 mannen gered. Tegelijk met hen vaart ook de Lillie-Matthiessen met 420 vrouwen uit Ravensbrück vanuit Lübeck naar Zweden. In Trelleborg volgt een medisch onderzoek en quarantaine. De Nederlanders zijn met ongeveer twintig man die in een school worden ondergebracht. De ver­zorging is uitstekend, maar van een beetje pap worden ze al ziek. Daarom krijgen ze aanvankelijk om de twee uur een klein beetje voedsel.

Ook Priem15 meldt in de door hem uitgegeven brochure dat hij van de Thielbek wordt gered.

Wim Kraijenhoff van de Leur16 vertelt dat wanneer hij ten gevolge van de ontruiming van Neuengamme in Lübeck aankomt, er twee schepen aan de kade liggen. Ze moeten over het eerste schip heen naar het volgende. Omdat zijn veter breekt, blijft hij enige tijd op het eerste schip om de einden weer aan elkaar te knopen. Als hij hiermee klaar is, is het tweede schip vol en moet hij in het ruim van het eerste. De eerste dagen krijgt hij voedsel noch water. Op de eerste dag roept iemand de Belgen, Nederlanders en Fransen aan dek. Sommigen geven hier gehoor aan. Enige tijd later horen ze machinegeweervuur. Vermoedelijk zijn deze mensen geëxecuteerd. Vroeg op de derde dag moeten opnieuw alle Noren, Fran­sen, Belgen, Nederlanders en Italianen aan dek komen. Kraijenhoff is erg zwak, dicht bij de dood, vooral door gebrek aan water. Toch klimt hij uit het ruim waar hij verblijft naar boven. Aan dek staat een man in een onbekend uniform. Deze laat een assistent controleren of Kraijenhoff werkelijk Nederlander is. Aan dek wordt een groep van 100 gevangenen gevormd. Dan lopen ze naar een schip in de haven dat de Zweedse vlag voert en worden ingescheept. Vijf minuten later vertrekt dit schip. Volgens Kraijenhoff was er ruimte voor nog veel meer mensen geweest. De volgende morgen komen ze aan in Trelleborg. Aan wal gekomen stort hij in. Over de eerste vijf dagen in Zweden heeft hij geen herinneringen.

Victor Dorotic17 herinnert zich dat hij zich op de Otterbek bevindt. Vanaf dit schip lukt het contact te leggen met een krijgsgevangenenkamp in de buurt dat al is overgedragen aan het Internationale Rode Kruis. Daarvandaan krijgen ze dagelijks warm eten op het schip. Een uur voordat het schip afvaart om de gevangenen op de Cap Arcona over te laden, worden de westerse gevangenen van boord gehaald en overgedragen aan het Rode Kruis. Het ligt voor de hand dat het hier ook gaat om overplaatsing op de Magdalena.

Paul Weissmann18 vertelt een tamelijk uitvoerig verhaal over de ontruiming van Neuengamme en de ondergang van de Thielbek. Op 1 mei wordt dit schip beladen met kisten proviand, ketels en brandstof. Vervolgens schrijft hij dat om­streeks deze tijd Fransen, Nederlanders en Belgen van de Thielbek worden ge­haald en overgedragen aan het Zweedse Rode Kruis. Ook hier moet het wel gaan om de mensen die op 30 april overgebracht zijn op de Magdalena.

In de verhalen van de gevangenen worden drie schepen genoemd waarvan ze gered worden: de Athen, de Thielbek en de Otterbek. Alleen Van Ommeren ver­moedt dat hij op de Athen zit. Zijn verhaal wijkt echter niet af van dat van Sijtema, Van den Berg en Van Nerum die zeggen op de Thielbek te zitten.

Was de Athen eigenlijk wel beschikbaar? Johannes Bruins, Hidde Halbertsma, Jan Koningen Hendrikus Koning19 beschrijven dat zij op vrijdagmiddag 27 april vanaf de kade op de Athen terechtkomen. De volgende middag zet de Athen hen af op de Cap Arcona. Op maandag 30 april worden ze met 2000 anderen weer overgeplaatst op de Athen. Hendrik Tuinema, Bert Intres en Gerhard Rijskamp20 melden hierbij - in tegenstelling tot bijvoorbeeld Bruins en Dijkstra — dat de Athen dan schoongemaakt en van dekens voorzien is. Manders21 wordt van de Cap Arcona op de Athen overgeladen in een ruim dat meer dan één voet onder water staat. Rolsma22 schrijft dat de Athen naar de vaste wal geweest is en ketels, latrines en tien pakken houtwol aan boord heeft genomen. En Hendrikus Koning schrijft dat de Athen dan in de buurt van de Cap Arcona voor anker gaat. Dit is allemaal moeilijk te combineren met een Athen aan de kade van Lübeck waar de Nederlandse, Belgische en Franse gevangenen vanaf worden gehaald.

Gaat het om één of om twee schepen? Kampcommandant Pauly heeft het in zijn verklaring onder ede over twee (kleinere) schepen met gevangenen waarvan hij zonder bevel daartoe te hebben gekregen ongeveer 350 gevangenen ~ westerse geal­lieerden – af laat halen en overdraagt aan het Zweedse Rode Kruis (zie p. 71). Dit stemt overeen met de verklaringen van de gevangenen op de Thielbek en met die van Dorotic die vertelt dat ook van de Otterbek westerse gevangenen gehaald zijn. Mogelijk bevond Wim Kraijenhoff zich op de Otterbek. Zijn verhaal wijkt duide­lijk af van dat van de anderen. We nemen aan dat van de Thielbek en vermoedelijk ook de Otterbek gevangenen zijn overgedragen aan het Zweedse Rode Kruis.

Van Ommeren schrijft dat hij later gehoord heeft dat zijn bevrijding te danken is aan de onderhandelingen tussen Himmler en Bernadotte. Van Nerum schrijft zelfs dat hij later hoort dat Bernadotte dit in de nacht van 23 op 24 april van Him­mler gedaan heeft gekregen. Dat Himmler en de graaf bij de overdracht betrokken zijn geweest, is zeer onwaarschijnlijk. Volgens de beschrijving van Bernadotte23 gaat het bij de besprekingen in de betreffende nacht alleen maar over een deelcapitulatie van Duitsland, op het westelijk front. Himmler is bij deze besprekingen volgens Bernadotte buitengewoon vermoeid en nerveus en moet zijn best doen om zijn kalmte te bewaren. In die situatie zal de belangstelling van de man voor de vraag of een aantal min of meer zieke gevangenen van de Thielbek en de Otterbek naar Zweden mogen, minimaal zijn geweest. Bovendien geeft Bernadotte24 er blijk van dat hij er zelf geen idee van heeft wat er met de niet-Scandinavische gevangenen van Neuengamme is gebeurd. Ook in zijn verklaring onder ede geeft hij aan niet op de hoogte te zijn geweest van de gevangenen op de schepen in de Lübeckerbocht. Dat hij dan over een aantal van hen onderhandeld zou hebben, is ondenkbaar.

 


De Lillie-Matthiessen bij aankomst in Trelleborg op 2 mei 1945 met
gevangenen uit onder meer Ravensbrück. Deze foto vetscheen ook
in de Trelleborgs Allehanda van 3 mei. Het Zweedse Rode Kruis.

Hans Arnoldsson25 verklaart dat hij als vertegenwoordiger van het Zweedse Rode Kruis op 29 april een anonieme brief krijgt over mensen op de Athen die in onbe­schrijflijke omstandigheden verkeren. Is hier mogelijk een verband met wat Dorotic schrijft over contacten via een krijgsgevangenenkamp met het Internationale Rode Kruis ? Vermoedelijk wel. In elk geval zal Arnoldsson in plaats van de Athen de Thielbek of de Otterbek bedoelen. Hij biedt de Duitse autoriteiten aan om 250 Fransen, Belgen en Nederlanders mee naar Zweden te nemen op de Lillie-Matthiessen en de Magdalena. Deze vrachtschepen hebben een lading pakketten gebracht en zijn toch beschikbaar. Op 30 april zal het transport plaatsvinden. Om 10.00 uur is hij met voertuigen op de kade. De gevangenen staan er al. Ernstig en zwijgend. Ze moeten nog twee uur wachten voordat de gevangenen geschikte kleding krijgen.

De verantwoordelijke commandant aan boord, een SS-Hauptsturmführer, stelt voor alle gevangenen naar Zweden te evacueren, maar hiervoor ontbreekt de capaciteit. Arnoldsson haalt 300 ernstig zieke gevangenen die van de Cap Arcona gehaald zijn, uit een schuur in Süsel. Ze worden met vijf auto's opgehaald. Hun toestand is uiterst slecht. Omdat er meer gevangenen mee willen die er ook be­roerd aan toe zijn, ontstaat er een grote wanorde. Op het laatste moment bereikt dit transport de Magdalena. De trossen zijn al losgegooid.

Majoor Till26 schrijft dat de vertegenwoordiger van het Internationale Rode Kruis, De Blonay, die in Lübeck is, ontdekt dat er gevangenen op de schepen zit­ten. Dit tot ongenoegen van de politiecommandant in Lübeck, de SSer Schröder. De Blonay onderneemt stappen en dan worden 300 gevangenen aan boord van het Rode Kruisschip Lillie-Matthiessen geplaatst (bedoeld zal zijn de Magdalena).

Till noemt Arnoldsson niet en Arnoldsson noemt De Blonay niet. Maar als Dorotic, zoals hij schrijft, inderdaad contact had met het Internationale Rode Kruis, is het niet onwaarschijnlijk dat Arnoldsson de anonieme brief via De Blo­nay heeft gekregen. Mogelijk vermeldt Arnoldsson De Blonay niet omdat dit voor hem geen prioriteit heeft.

Uit de gegevens is niet op te maken welke Duitse autoriteiten bij de over­dracht betrokken zijn. Mogelijk heeft de door Till genoemde Schröder of de door Arnoldsson genoemde SS-Hauptsturmführer contact met Pauly opgenomen en van hem toestemming gekregen. In ieder geval is wat hier gebeurt in overeenstem­ming met de vergadering op 29 april van een aantal SS'ers, onder wie Heinrich Horn en Pauly, waar namens Karl Kaufmann wordt gemeld dat de gevangenen naar Zweden worden vervoerd (zie p. 84).

Hoe dit precies is gegaan, is niet bekend. Als de betreffende SS'er al voor de vergadering toestemming aan Pauly heeft gevraagd voor dit transport, zal dit de laatste mogelijk op het idee gebracht hebben zijn bezorgde ondergeschikten te lijmen met de mededeling dat de gevangenen door het Zweedse Rode Kruis zul­len worden opgehaald. Hij zal dan het telefoongesprek daarover tijdens de verga­dering gesimuleerd hebben of iemand uit Neuengamme laten bellen. Via Hom kan hij hierover met Kaufmann overlegd hebben.

Als de betreffende SS'er tijdens de vergadering gebeld heeft, zal dit het bedoel­de telefoongesprek zijn geweest en heeft Pauly ter plekke toestemming gegeven en het idee gekregen zijn mensen te vertellen dat alle gevangenen naar Zweden zouden gaan. De grote vraag is of hij dit idee buiten Kaufmann om heeft geop­perd. Vermoedelijk niet.

De derde mogelijkheid is dat de SSs'er na de bewuste vergadering contact met Pauly heeft opgenomen. In dat geval moest Pauly, om geloofwaardig te blijven naar zijn eigen mensen, wel toestemming voor dit transport naar Zweden geven. Hoe het ook zij, humanitaire overwegingen om toestemming voor het transport te ge­ven, zullen bij Pauly geen rol hebben gespeeld hebben. Het was kille berekening.

De informele vraag aan Arnoldsson van de SS-Hauptsturmführer om alle gevangenen mee te nemen, is niet strijdig met de constatering dat hiertoe geen formeel verzoek bij Bernadotte is ingediend.

Arnoldsson geeft meteen aan dat hij daarvoor geen ruimte heeft en geeft deze vraag dus ook niet door aan Bernadotte. Wel is merkwaardig dat Bernadotte zegt niet te hebben geweten van de gevange­nen op de schepen, terwijl een van zijn naaste medewerkers hier volledig van op de hoogte is en zelfs een aantal mensen van die schepen heeft gehaald.

TWEE BERICHTEN UIT DE TRELLEBORGS ALLEHANDA

In de plaatselijke krant Trelleborgs Allehanda van 3 mei 1945 staat een artikel over de aankomst van de Lillie-Matthiessen en de Magdalena in Trelleborg op 2 mei. Dit wordt hier, soms wat ingekort, overgenomen.27

 

“Een jubelkreet die bijna het mooie dak van douanepakhuis II optilt, stijgt op uit 800 kelen. De zojuist aan land gebrachte krijgsgevangenen uit verschillende geallieerde landen horen dat Hitler dood is. Dat is schitterend nieuws vinden ze. Ze zijn zojuist met de Rode Kruisschepen Lillie-Matthiessen en Magdalena van Lübeck in Zweden aangekomen.

Later, als de eerste vreugde wat gezakt is, worden ze bedachtzaam. 'Het is eigenlijk jammer dat onze mensen hem niet levend in handen kregen. Nu komt hij er te ge­makkelijk af.'

En als je deze slachtoffers van het Duitse sadisme ziet en als je ze koel constaterend hoort vertellen over alle doorgemaakte verschrikkingen, dan begrijp je dat ze nooit willen, nooit kunnen vergeven. Wat er gebeurd is, kan nooit meer goedgemaakt wor­den. De simpelste gerechtigheid eist dat hun dode vrienden gewroken worden. Bij elkaar zijn het plusminus 820 gevangenen, van beide geslachten, die aan land komen met de Rode Kruisboten. Deze komen om halfzeven 's morgens aan in de haven van Trelleborg. Ze meren af aan de Continentkade en de Noordkade. Aan de reling verdringen zich blijde mensen in gevangeniskleren en met een simpele muts op de schamele hoofden. Ze zingen de 'Marseillaise' en 'It's a long way'. Ze wuiven en roepen. Op de kade wachten ambulances, artsen en Rode Kruispersoneel, tolken en politiemensen. Daarenboven zijn landsecretaris Valentin, de hoogste chef van de vluchtelingenopvang in de provincie, provincieassessor Kvistberg en de directeur van de burgerverdediging van de provincie, Segrell, aanwezig om de eerste van de interna­tionale evacuatietransporten van het Rode Kruis naar Zweden te verwelkomen. Van de 420 passagiers op de Lillie-Matthiessen zijn er 30 ernstig ziek. De Magda­lena heeft 400 passagiers aan boord, van wie 25 ziek en twee overleden zijn. Ze zijn bezweken op de drempel naar de vrijheid en krijgen nu hun graf in vreemde grond. Gezamenlijk worden de bevrijden ondergebracht, om te beginnen in het pakhuis,

waar rafels en banken voor hen gereedstaan. Hier krijgen ze zo langzamerhand, voor de eerste keer, een maaltijd, bestaande uit vleessoep en knackebröd en daarna volgt de registratie. Deze registratie, die plaatsvindt met behulp van een hele staf van dou­anebeambten, gaat aldus in zijn werk: de gegevens over naam, geboortedatum en nationaliteit enzovoort worden opgeschreven op een dubbel vel papier waarvan de vreemdeling de ene helft houdt als pas.

Meteen nadat de geïnterneerden geregistreerd zijn, worden ze naar het badhuis ge­bracht voor onderzoek door een arts en voor medische behandel ing. Daarna worden ze naar de diverse onderkomens in de stad gebracht. Voor de laatsten wordt het bijna nacht voor ze ter ruste kunnen gaan.

Als je met ze spreekt, blijkt dat ze het liefst praten over de slechte etensrantsoenen. Het interesseert een buitenstaander eigenlijk niet zoveel hoeveel gram brood en vlees-conserven ze op een bepaalde dag kregen, hoeveel minder de volgende dag enzovoort. Maar voor deze arme mensen is dit het enige belangrijke. En het is niet moeilijk ze te begrijpen. Ze zijn in een stadium gekomen waarin uiterlijke aangelegenheden die voor ons het leven leefbaar maken, bijzaken zijn geworden. Voor hen gold letterlijk alleen maar: sterven of overleven. En onder zulke omstandigheden is de enige belang­rijke opdracht: iets te pakken krijgen om te eten.

Het is bekend dat slechts de geestelijk en lichamelijk gezondsten de behandeling in de Duitse concentratiekampen overleven. Wie de laatste inspanningen tijdens de nacht­merrieachtige vlucht voor de geallieerde legers [de dodenmarsen] niet vol kan houden, wordt eenvoudigweg doodgeschoten. Als je hoort dat deze mensen hun laatste nach­ten op Duitse grond doorbrengen onder de blote hemel, zonder eten en nagenoeg zonder water, dan begrijp je dat het ijzersterke mensen moeten zijn. De moeilijkheden van de zeereis in het bagageruim van een stoomschip zijn niets vergeleken bij wat ze in gevangenschap moesten ondergaan.

Onder deze bevrijde mensen zijn er veel die voor het leven gebrandmerkt zijn. Er zijn veel die per brancard aan land moeten worden gebracht en snel naar het ziekenhuis worden vervoerd, waar met spoed een hele afdeling is ontruimd om allen onder te kun­nen brengen. En onder degenen die geen onmiddellijke ziekenhuisverpleging behoeven, zijn er verscheidene die lijden aan been- en voetkwetsuren. En die aan land gedragen moeten worden, terwijl anderen zich hinkend over de loopplank bewegen. Een deel van de gevangenen heeft geen schoenen meer. Die zijn versleten tijdens de dodenmars. Daarom hebben ze hun dunne gevangenispyjama met touw om de voeten gebonden. Een klein gezin, bestaande uit een man, vrouw en een kind, een klein meisje van vijf jaar, trekt de aandacht onder de vluchtelingen. Het is een Nederlands arbeidersgezin dat naar Berlijn is gestuurd voor dwangarbeid. Ze hebben onder tamelijk draaglijke omstandigheden geleefd, afgezien van de dodenmars, die hun bijna alle drie het leven heeft gekost wegens het gebrek aan voedsel. Een Zweedse officier rent weg en koopt een pop voor kleine Edith. 'Nooit,' zegt hij, 'heb ik een paar ogen zien stralen als die van het meisje als ze de doos openmaakt.' Niet minder gelukkig ziet de jonge moeder eruit. 'Er is natuurlijk geen speelgoed in Duitsland?' De vader haalt zijn neus op en zegt: 'In Duitsland zijn alleen maar kanonnen en granaten.'

Maar er komen ook andere scènes voor. Plotseling ontstaat er een verschrikkelijk ru­moer onder de mannelijke gevangenen. Een aantal mannen slaat uit alle macht in op een van de kameraden die zich van de in meerderheid donkere mannen onderscheidt door zijn lichte haar en bleke huid. Enkele inkwartieringsfunctionarissen grijpen net op tijd in en de man wordt geïsoleerd van de anderen. Volgens de Fransen is de man een SS er, een van hun kwelgeesten van het concentratiekamp die zich als verstekeling aan boord heeft begeven, in dezelfde gevangeniskleding als de anderen. Hij heeft zich afzijdig gehouden en pas als de mensen tot rust zijn gekomen in Trelleborg, wordt hij ontdekt. Als ze hem echt te pakken hadden gekregen, hadden ze zeker korte metten met hem gemaakt. Nu zit hij apart en kijkt zonder een spier te vertrekken naar de anderen. Die staan in groepjes over hem te praten. Niemand spreekt tegen hem. Nie­mand keurt hem een blik waardig. Voor de autoriteiten verklaart hij een Pool te zijn, tenminste voor de helft, en is hij zeker niet als verstekeling aan boord gegaan. Bij een Nederlander onder de bevrijden hebben zijn landgenoten een duidelijk ha­kenkruis in zijn haar uitgeschoren. 'Hij is een gevaarlijke verrader,' verklaren zij, 'met verscheidene moorden op zijn geweten.”

Elders in dezelfde krant staat het volgende, meer zakelijke artikel over samenstel­ling en opvang van de bevrijde gevangenen.28

17 nationaliteiten onder bevrijden. Twee sterven aan boord, één in badhuis.

Van de 820 dwangarbeiders en andere geïnterneerden die met beide Rode Kruisschepen in Trelleborg aankomen, zijn er twee gestorven gedurende de overtocht en een derde sterft in het badhuis. Van de overigen zijn er niet minder dan enkele honderden ziek, van wie zo'n 40 zeer ernstig. Het is een verschrikkelijke aanblik die deze slacht­offers van de concentratiekampen bieden. Ze lijken wel skeletten, levende lijken, die men voor dood gehouden zou hebben als ze hun ogen niet hadden bewogen. Het zie­kenhuis mag bijna 50 personen van de transporten opnemen, en in verband daarmee wordt heel de mannenafdeling op de begane grond ontruimd. Zoveel mogelijk plaat­selijke patiënten worden naar huis gestuurd of naar andere ruimten overgebracht. De meeste slachtoffers lijden aan dysenterie en aan ziekten veroorzaakt door gebrek aan diverse voedingsstoffen. Ze zijn volledig uitgemergeld en de dienstdoende arts zegt nog nooit eerder zoiets verschrikkelijks gezien te hebben. In het ziekenhuis heeft men over het algemeen de hoop dat de meerderheid van hen met goede zorg kan overleven. De overige circa 160 zieken zijn in de Kerkschool [Kyrkskolan] ondergebracht, die tot een uitstekend ziekenverblijf is ingericht. Ook hier zijn veel ernstige patiënten, die echter geen ziekenhuiszorg nodig hebben.

Niet minder dan 17 nationaliteiten zijn vertegenwoordigd onder de 820 bevrijden: circa 250 Polen, 200 Belgen, 200 Fransen, 150 Nederlanders, 10 halfjoodse vrouwen uit Duitsland, 10 Zwitsers, zeven Denen en twee staatlozen, vier Noren, twee Rus­sen en een Engelsman, een Canadees, een Fin, een Roemeen, een Tsjech, een Noord-Amerikaan, een Spanjaard en een Luxemburger, Onder hen zijn 214 vrouwen, van wie ongeveer 20 ziekenhuiszorg in Trelleborg nodig hebben. De overigen zijn in Falsterbohus geplaatst. Alle mannen zijn in Trelleborg geplaatst, voornamelijk in de Centraalschool [Centralskolan].

Het grote aantal zieken doet het medische onderzoek uitlopen en het is al twee uur in de nacht voordat dit klaar is. Daarna loopt alles op rolletjes. De eerste stadsarts, dr. Mansson, en vijf arts-assistenten, drie Noren en twee Zweden, werken in drie teams. Desondanks moet men tot diep in de nacht doorwerken eer allen onderzocht zijn, nieuwe kleren hebben gekregen en naar hun verblijf gebracht zijn. Dr. Mansson doet er in de Trelleborgs Allebanda verslag van dat er buiten de zie­kenhuisopnames sprake is van vele ernstige ziekten. Tuberculose en ook maagziekten komen veel voor, gedeeltelijk omdat de gevangenen de krachtige kost uit de Rode Kruispakketten niet verdragen kunnen.

 

Ook zijn veel externe verwondingen geconstateerd. Velen hebben ernstige verwon­dingen aan hun voeten door kou, vuil en uithongering, anderen hebben weer andere blessures en één man heeft een erg slecht genezen, gebroken pols. Onder de geïnterneerden bevinden zich verscheidene artsen, een Pool en een paar Fransen en een Canadese chirurg. Er zijn ook enige verpleegsters onder hen en allen hebben hun steentje bijgedragen, zowel aan boord als in Trelleborg. Fantastische vreugdescènes spelen zich in het badhuis af. Als de gevangenen een warm bad en schone kleren krijgen, dansen zij van pure vreugde. 'Dit is voor het eerst in twee jaar dat ik zo n trui aan mag hebben,' zegt een man met tranen in zijn ogen. Mannen en vrouwen herkrijgen hun menselijke waardigheid als ze de vuiligheid en de luizen van zich afwassen en nieuwe kleren aankrijgen. Voor de meesten van hen is het een onbegrijpelijke belevenis en vaak hoort men zeggen: 'Nu zijn we uit de hel in het paradijs gekomen.”

DE HOMBERG

De laatste transporten uit Neuengamme vertrekken volgens Jan van Bork29 op 28 en 29 april. Hierbij zijn ongeveer twintig Nederlandse gevangenen die tot het laatste moment in de fabriek van Jastram waar oorlogsmateriaal gemaakt wordt, werkzaam zijn gebleven. Van Bork zelf is er voorarbeider. Op 28 april gaat de helft op transport en komt op de Cap Arcona terecht. De laatste groep, onder wie Van Bork, vertrekt op 29 april. Hier zijn volgens Van Bork acht Nederlanders bij. Ze komen in Flensburg terecht, waar Van Bork vlucht. Op de lijst van Nederlanders die op 11 mei 1945 met het schip de Homberg uit Flensburg in Malmö aankomen,30 ontbreekt Van Bork inderdaad. Wel staat er Bernard Schoonbeek op, evenals Van Bork communist. Het is niet onwaarschijnlijk dat Schoonbeek ook tewerkgesteld is in de fabriek van Jastram. Gezien het belang voor de oorlogsindustrie zijn de omstandigheden bij Jastram volgens Van Bork beter dan elders in Neuengamme. Communisten hielpen elkaar vaak. Schoonbeek zal met het laatste transport uit Neuengamme in Flensburg zijn aangekomen en op de Homberg zijn geplaatst.

Volgens de Spanjaard Miguel (Michel) Karner, vermoedelijk ook een communist, gaat het laatste transport over Hamburg naar Flensburg en vandaar naar Malmö. On­derweg naar Flensburg worden verzwakte gevangenen die niet meer kunnen, dood­geschoten. Karner komt ook op 11 mei 1945 met de Homberg in Malmö aan.31

Ook Pierre Beauprez32 schrijft over de laatste transporten. Volgens hem gaat het om in totaal 279 man. Omdat Lübeck niet meer haalbaar blijkt, gaat het Noord-Duitsland in, voornamelijk te voet, onder zware bewaking. Vanaf Segeberg gaat het met de trein naar Flensburg, waar ze uiteindelijk volgens Beauprez bevrijd zijn door Britse troepen. In Flensburg blijft de regering van Dönitz nog een tijd functioneren, ondanks de bezetting op 10 mei door de geallieerden. Daar­om mag worden aangenomen dat de bevrijding van deze mensen, voor zover niet gevlucht, een kwestie is van plaatsing op de Homberg. Bovendien is 10 mei de dag waarop de Homberg vertrekt.

Volgens majoor Till33 zitten er op het gevangenenschip de Rheinfels 300 gevan­genen uit het buitenkamp van Neuengamme Wilhelmshaven (afkomstig van de Olga Siemers, zie p. 71), 600 gevangenen uit Neuengamme, 350 gevangenen uit Neuengamme die werkzaam zijn geweest bij Jastram, en 800 zieke gevangenen uit Stutthof. Van deze 2050 gevangenen zijn er onderweg naar Flensburg 450 gestorven. Ongeveer 1450 van de overgeblevenen, niet-Duitsers, zijn op 10 mei 1945 met de Homberg vanuit Flensburg naar Malmö gestuurd en hier op 11 mei aangekomen.

Till vergist zich mogelijk ten aanzien van de 350 gevangenen die werkzaam zou­den zijn geweest bij Jastram. Uit de andere verhalen die we over hen hebben, blijkt niet dat ze op de Rheinfels gezeten hebben. Ze zijn te voet en per trein in Flensburg aangekomen. Wel komt het aantal dat hij noemt, 350. dicht bij de 279 van Beauprez, hetgeen kan betekenen dat ze in Flensburg nog op de Rheinfels zijn ondergebracht.

 


Een uitgeputte gevangene is bij aankomst op 11 mei in Malmö met
een brancard van de Homberg gehaald, In Bildbyrd Stockholm.

Vermoedelijk komt de West-Preussen, waarop Cornelis Welters zich be­vindt, eerder dan 10 mei in Flensburg aan. Hier heeft hij al op 8 mei gehoord van het Rode Kruis dat hij naar Zweden zal vertrekken. Dat vindt plaats op 8 mei op de Homberg.

 

Rest nog de vraag hoe Bertus Bavelaar op de Homberg terecht is gekomen. Hierover bestaat geen zekerheid. Paul Weissmann beschrijft (zie p. 269) dat om­streeks 30 april de Elmenhorst met zijn lading mensen de kade verlaat en de vol­gende dag leeg terugkomt. Hierna neemt het schip andere gevangenen op, van onder andere de Thielbek, op een restant na, waartoe Weissmann zelf behoort. Arnoldsson34 beschrijft dat de Elmenhorst Lübeck, waarschijnlijk leeg, verlaat. Het schip kiest geen positie bij de Cap Arcona en de Deutschland. Als we deze gegevens combineren, is het denkbaar dat de Elmenhorst niet (geheel) leeg is als het schip Lübeck verlaat. Het is later in Kiel teruggevonden. Hier vinden volgens Welters in de nacht van 2 op 3 mei zware bombardementen plaats. Dit zou kunnen betekenen dat Bavelaar met de Elmenhorst richting Kiel vertrokken is, hier een bombardement heeft meegemaakt en vervolgens naar Flensburg is vertrok­ken, eerst met de trein en daarna te voet. Zeker is dit echter niet. In elk geval is hij op 11 mei met de Homberg in Malmö aangekomen.

 

Registratiekaart uit Zweden van Bertus Bavelaar. Ook afgestempeld
bij de grensovergang naar Groningen. Collectie Bavelaar.

 

UIT DE SYDSVENSKA NYHETER

De Sydsvenska Nyheter, schrijft op 12 mei 1945 over de aankomst van de Homberg in Malmö op 11 mei35.

Contingent menselijke wrakken arriveerde gisteren op Duitse boot uit Flensburg

Bijna 2000 nieuwe slachtoffers van de onbeschrijfelijke terreur in de Duitse concen­tratiekampen kwamen gistermiddag in Malmö aan. Het Internationale Rode Kruis vulde het stoomschip Homberg van de Duisburg-Ruhrort-Maatschappij met een la­ding menselijke wrakken uit Flensburg.

Aan boord waren ongeveer 1900 burgergevangenen van wie 1400 om politieke rede­nen gevangengezet waren. Het waren vooral Russen, ongeveer 400 mannen, en Polen, onder wie ook veel vrouwen. Maar daarnaast was het in slechte conditie verkerende Duitse schip echt een Toren van Babel. Er waren bijna 200 Fransen aan boord en ook een groot aantal Belgen en Nederlanders. Er waren ook, maar minder, Spanjaarden, Italianen, Tsjechen, Grieken en Noren, zodat de meeste Europese landen en zelfs de VS vertegenwoordigd waren.

Het was een Duitse boot met bewapende SS'ers als bewakers. Die moesten bij aan­komst hun wapens afgeven.

Op de oostelijke steiger van de Nieuwe Haven waar de boot omstreeks 4 uur in de middag aanmeerde, was een menigte mensen verzameld: soldaten, helpers van het Rode Kruis, verpleegsters, vertegenwoordigers van de provinciale overheid, politie en afgevaardigden van ambassades en consulaten. De Duitse gevangenen werden op de trein gezet naar Lund, terwijl de mensen van de andere nationaliteiten naar de strandpaviljoenen moesten lopen, waar verpleegsters zorgden voor maaltijden die ze kregen voorafgaand aan het noodzakelijke bad.

Het was inderdaad een deerniswekkende menigte van mannen en vrouwen die zich van de haven naar de gebruikelijke zomerrestauratie voor de burgers van Malmö sleepten. Men zou liever gezien hebben dat deze menselijke wrakken deze voettocht bespaard was. De mensen met de slechtste conditie, de meest ernstige zieken, lagen onder in het schip en daar kwam een onbeschrijflijke stank vandaan toen de deuren opengingen. De zieken werden door Rode Kruispersoneel opgenomen en voor verder transport op brancards gelegd. Personeel dat hielp bij het wassen, moest mondkapjes dragen en mensen die het schip binnengingen, droegen rubber kleding over hun hele lichaam. Grote aantallen zieke mensen werden met bussen en ambulances naar het ziekenhuis gebracht. Hun toestand was onbeschrijflijk, voor velen waren het baden en het ont­luizen de laatste rituelen. Na al het lijden dat deze deerniswekkende mensen hadden meegemaakt, was de dood eigenlijk enigszins een verlossing. Aan boord van het schip bevonden zich drie doden.

De 1900 gevangenen waren sinds 4 april onderweg. Ze hadden vijf dagen zonder voedsel en water steeds maar verder moeten strompelen en daarna zeven dagen op het schip doorgebracht, waarvan vijf zonder voedsel en water. Velen redden het niet en kwamen onderweg om.

Men gelooft dat dit de laatste transporten van gevangenen uit de concentratiekampen zijn. Maar niemand weet of er nog meer komen. In elk geval was deze aankomst een van de gruwelijkste waar we bij geweest zijn. De toestand van de vluchtelingen was haast nog erger dan die van de twee transporten van Lübeck naar Trelleborg vorige week. Sommige beelden raak je niet meer kwijt. Je zag een deerniswekkende vluchteling over de straat kruipen terwijl hij broodkorsten zocht en die in zijn mond stak. Ook zag je een officier van de SS een deur openen en aan dek komen. Op hetzelfde moment keerde een menigte gevangenen zich tegen hem en iemand gooide een conserven-blikje naar de geüniformeerde man. Hij trok zich schielijk terug terwijl hij de deur met een klap achter zich dichttrok.”

Het genoemde aantal van ongeveer 2000 of 1900 gevangenen aan boord van de Homberg klopt niet helemaal. In werkelijkheid zijn het op grond van de beschik­bare namenlijsten 160 Fransen, 9 Italianen, 3 Spanjaarden, 2 Grieken, 1 Hongaar, 1 Amerikaan, 6 Finnen, 28 Nederlanders, 9 Belgen, 23 Joegoslaviërs, 11 Litouwers, 33 Letten, 13 Estlanders, 39 Tsjechen en Slowaken, 426 Russen, 574 Polen, 9 Noren (voornamelijk politieagenten die klaarblijkelijk de witte bussen hadden gemist) en 6 'staatloze Duitsers' en 1 'staatloze jood' In totaal dus 1354.36 Zij zijn afkomstig van de Jastramfabriek in Neuengamme, de Olga Siemers (zie p. 71), de West-Preussen en de Rheinfels (de eerste drie groepen mogelijk ook via een verblijf op het laatste schip).

 


Monument op de begraafplaats te Kliitz (zie p. 232).
Stadtarchief  Neustadt

Voetnoten bij Hoofdstuk 10. Redding in Zweden


  1  Foremny, Sobik, Tworek en Wisniewski melden dit.

  2  Arnoldsson (1947) 197.

  3  Longerich (2009) 730.

  4  Presser (1977) 11, 223 e.v.

  5  Hertz-Eichenrode (2000) 2,11.

  6  Schuyf (2005) 134.

  7  Archief familie Schoonbeek.

  8  Lange (1988) 44.

  9  Archief nrk.

10  WO 309/1592: Till (1945).

11  Op grond van het verhaal van Welters.

12  Van Pée (1995) 204 e.v.
13   Interview op 19 mei 1947 met twee heren van de Raad van Onderzoek, archief familie van den
       Berg, origineel niod.

14   Idaarderadeel (z.j.) 252 e.v.

15   Priem (2005).

16   Archief SVN: 0172KRAY, origineel NIOD.

17   Hans Schwarz Nachlass Haftlingsberichte.

18   Ibidem.

19   Archief SVN, 0017BRUI, 0028HALB, koni-i en koni-2

20   Archief NRK, €[16,85]; archief SVN, interviews met Bert Intres; idem met Rijskamp,
       0179RIJS.

21   Archief SVN: 0198MAND, 23.

22   Archief SVN: O44ROLS, 32.

23   Bernadotte (1945) 95 e.v.

24   Idem, p. 89.

25   Arnoldsson (1947) 159 e.v.

26   wo 309/1592: Till (1945) 12.

27   Archief SVN: K200.41. De vertaling is van Hetty Prins-Tillema en dateert van september
       1989.

28   De vertaling is van Mejke Runström en dateert van 23 februari 2010.

29   Verklaringen van Jan van Bork uit 1949, archief nrk, en 1962 (zie ook p. 93).

30   Lijst 321, archief Malmö.

31   HSN, Personen und Quellenangaben; Lijst 320, archief Malmö.

32   Archief svn, B216BEAU: Beauprez (1945).

33   WO 309/1592: Till (1945) 21.

34   Arnoldsson (1947) 164.

35   Ontvangen van Sjaak Bavelaar. De vertaling (in het Engels) is van Lene 0stergaard en
       dateert van februari 2010.

36   Sjaak Bavelaar, persoonlijke mededeling.

 

(6) Afgeleide lijst Nordhausen tussen 03/04 en 11/04/1945 en gedeporteerd uit Breendonk

Naam

1 name

° date

From

Breend. out

Place end

End date

Bettens

Eugenius Joannes

21/07/1901

Leefdaal

06/05/1944

Nordh

03-04/04/1945

Beullens

René Henri

29/08/1908

Holsbeek

06/05/1944

Nordh

03-04/04/1945

Bury

Osvald Alexandre

23/04/1897

Nivelles

10/06/1944

Nordh

03/04/1945

De Wachter

Jules Maria

27/09/1924

Boom

27/10/1941

Nordh

11/04/1945

Francis

Maurice Lodewijk

10/05/1925

Wespelaar

06/05/1944

Nordh

04/04/1945

Guillaume

Marcel Yvon Emile

02/04/1926

Antwerpen

09/03/1943

Nordh

04/1945

Halkin

Léon Ernest

11/05/1906

Tilff

07/03/1944

Nordh

11/04/1945

Herremans

Pauwei Frans Sofia

29/10/1925

Tisselt

27/10/1941

Nordh

04/04/1945

Indestege

Jozef Andries

28/10/1922

Waterschei

06/05/1944

Nordh

03-04/04/1945

Junion

Georges Léon Gabriel

17/11/1922

Ransart

07/07/1943

Nordh

03-04/04/1945

Koek

Ludovicus Franciscus

11/06/1903

Sint-Amands

27/10/1941

Nordh

03/04/1945

Loosen

Jacques André

15/11/1917

Mouscron

06/05/1944

Nordh

03-04/04/1945

Mathys

Victor Emile Guillaume

07/01/1921

Kessel-Lo

06/05/1944

Nordh

03/04/1945

Mestré

Louis Hubert

19/10/1899

Waremme

06/05/1944

Nordh

04/04/1945

Moerkerke

Henri Julien Joseph

11/08/1906

Leuven

06/05/1944

Nordh

11/04/1945

Mombers

Louis Pierre Alphonse

21/04/1922

Brustem

06/05/1944

Nordh

03-04/04/1945

Robertz

Louis Léonie Rosalie

04/03/1913

Leuven

06/05/1944

Nordh

03-04/04/1945

Smets

Henri Pierre Joseph

16/01/1910

Leuven

06/05/1944

Nordh

04/1945

Van Hoof

Laurent Jeanne

12/03/1923

Niel

27/10/1941

Nordh

03-04/04/1945

Van Ing

Dony

05/02/1926

Kessel-Lo

06/05/1944

Nordh

04/04/1945

Van Meensel

Franciscus

26/03/1921

Achel

08/1943

Nordh

03-04/04/1945

Vandenhove

Carl Eugène Louis

27/03/1913

Waterschei

06/05/1944

Nordh

03-04/04/1945

Vander Eist

Georges

15/07/1907

Bruxelles

30/08/1944

Nordh

11/04/1945

Vanpraag

Maxime Paul Emile

26/09/1910

Uccle

30/08/1944

Nordh

04/1945

Veerman

Josephus Adolphus

23/05/1905

Deurne

27/02/1944

Nordh

11/04/1945

Vivijs

Ludovicus Leopoldus

26/10/1923

Tisselt

27/10/1941

Nordh

11/04/1945